Zoeken naar het groene algengoud

9 11 2007

Zoeken naar het groene algengoud

de Volkskrant, Economie, 29 oktober 2007 (pagina 06)
Van onze verslaggever Ferry Haan

Overal schieten algeninstallaties uit de grond.

Nederlands Algaelink levert eerste bioreactoren.

 

 

(foto)

De Algaelink bioreactor in Zeeland. Hij levert 2 kilo algen per dag.

 

 

Misdadige biobrandstof Het omzetten van voedselgewassen in biobrandstof is een misdaad tegen de menselijkheid. Er ontstaat voedselschaarste die de voedselprijzen omhoog stuwt, waardoor miljoenen arme mensen honger moeten lijden. Dat zei Jean Ziegler vorige week. Hij is sinds 2000 de onafhankelijk expert van de Verenigde Naties over het recht op voedsel.

De prijs van tarwe is in een jaar tijd verdubbeld, die van maïs zelfs verviervoudigd. Brazilië en de Verenigde Staten zijn marktleider bij het produceren van biobrandstof. Maar om 50 liter bio-ethanol te produceren is volgens Ziegler 232 kilogram maïs nodig. Dat is weer genoeg om een kind in bijvoorbeeld Zambia of Mexico een jaar te voeden.

Ziegler pleit voor een vijf jaar durend moratorium op de productie van biobrandstof, om een dreigende ramp voor arme mensen af te wenden. Het wetenschappelijk onderzoek maakt grote vorderingen en over vijf jaar moet het mogelijk zijn rendabel biobrandstof te maken uit landbouwafval, aldus Ziegler. De brandstof komt dan niet meer uit de maïskolf, maar uit de maïsplant.

Wetenschappers van het Franse energieadviesbureau Altran werken aan de derde generatie biobrandstof. Deze moet uit plastic-afval te maken zijn. ‘Wanneer afval omgezet kan worden in brandstof, is de cirkel helemaal rond’, stelt Michiel Jak van Altran.

 

 

‘S GRAVENPOLDER Vijverbezitters vervloeken ze. Aquariumeigenaren schaffen speciale krabbertjes of visjes aan om van ze af te komen. Wanneer ze in zwemwater opduiken kan een zomerdag ineens gevaarlijk worden. Algen zijn, kortom, niet altijd even geliefd. Dat kan echter snel veranderen. Algen worden al het ‘groene goud’ genoemd, omdat ze de toekomstige leveranciers zouden zijn van bio-brandstof. De minuscule waterplantjes zijn immers de snelst groeiende vegetatie op aarde, aldus het Zeelandse bedrijf Algaelink. Het bedrijf is net begonnen met het wereldwijd leveren van photo-bioreactoren om de waterplantjes te kweken.

De voordelen van algen boven andere gewassen, zijn op het eerste gezicht indrukwekkend. Het groene spul wordt zeer beperkt in voedsel gebruikt en dus drijft de productie van algen de prijs van voedsel niet op.

Ook gaat de productie niet ten koste van tropisch regenwoud, zoals dat bij palmolie het geval is. In Nederland ontstond een rel toen bleek dat het energiebedrijf Essent palmolie bij stookte als biomassa om groene stroom te produceren.

‘Er zijn algen die voor 70 procent uit vet bestaan. Dat vet moet je hebben om diesel te kunnen maken’, stelt Michiel Jak, consultant duurzame energie van adviesbureau Altran. Hij ziet grote kansen voor algen, zo vertelde hij deze zomer op een Rotterdams congres. Volgens Jak beloven algen van alle gewassen verreweg de grootste opbrengst per hectare. Algen kunnen 100 duizend liter olie per hectare produceren. Dat is 15 keer meer dan een hectare palmen aan palmolie oplevert. Een hectare koolzaad of zonnebloemen levert honderd keer minder op.

Er zijn meer gelovers in de toekomst van algen. Algen groeien niet alleen snel en produceren olie, ze nemen in het groeiproces ook nog eens grote hoeveelheden CO2 op.

Het Israëlische bedrijf Cequesta voorziet daarom enorme algenkwekerijen rond grote energiecentrales. Volgens het bedrijf kan veel zo niet alle CO2-productie van kolencentrales straks worden opgegeten door de kleine plantjes.

Onder de algenkwekers zijn twee stromingen. De een gelooft in het kweken van algen in grote open vijvers. De andere kweekt in gesloten dichte photo-bioreactoren. Cequesta zet in op de gesloten buizen. De Israëlische concurrent Seambiotic heeft juist een aantal grote open vijvers gebouwd rond een kolencentrale.

Volgens Michiel Jak hebben de open vijvers geen toekomst. Ze zijn weliswaar goedkoop, maar de algen zijn moeilijk te beheersen. Er treedt snel vervuiling op. Zoals onkruid in een moestuin, dringen ongewenste algen zich op die de productie schaden. ‘Binnen een jaar is het voorbij’, stelt Jak.

Gesloten bioreactoren hebben deze nadelen niet, maar zijn weer duur. Zo duur dat er wetenschappers zijn die denken dat algen nooit rendabel olie kunnen leveren. Op dit moment is een bioreactor zo duur, dat de biodiesel uit algen pas rendabel is bij een fossiele olieprijs die tien keer hoger is dan de huidige, zo heeft adviesbureau Altran berekend.

‘Dat is niet waar’, stelt Hans van de Ven, directeur van Algaelink in Zeeland. Met zijn installatie is biodiesel uit algen te maken voor 15 cent per liter. ‘Dat is bij de huidige olieprijs al concurrerend’, beweert Van de Ven.

Hij heeft zijn installatie de afgelopen week voor het eerst getoond op een beurs in Engeland. In één week heeft hij al 11 proefinstallaties verkocht voor 69 duizend euro per stuk. ‘8 stuks voor Oost-Europa, eentje voor Engeland, eentje naar Peru en een naar China’, meldt Van de Ven. Vooral over de laatste opdracht is hij enthousiast. Hij zwaaide afgelopen weekeind een delegatie Chinezen uit die een installatie hebben besteld die duizend kilo algen per dag produceert. Deze kost 580 duizend euro. ‘Het is een groot Chinees beursgenoteerd houtbedrijf. Ze willen volgend jaar de centrale uitbouwen tot 100 ton algen per dag. Dat is een bioreactor met 15 duizend kilometer pijp’, meldt Van der Ven trots.

Hij heeft vijf jaar nagedacht over zijn bioreactor. Nu hij 5 patenten heeft verkregen, kan hij met de reactor de boer op. Terwijl wereldwijd wetenschappers zoeken naar de optimale installatie en de optimale bijbehorende alg, keek Van de Ven juist de andere kant uit. Hij werkte jarenlang in de olie-industrie in Venezuela en wilde een bioreactor die rendabel te produceren was.

Zijn belangrijkste patent is dan ook een buizenbuiger die de transportkosten verlaagd. ‘Een algenreactor is duur, omdat er vooral pijpen vervoerd worden. Dat is onbetaalbaar wanneer er duizenden kilometers worden aangelegd.’ Met zijn gepatenteerde ‘ritssluitingmachine’ kan Algaelink ter plaatse kunststofplaten buigen tot pijpen. Hierdoor dalen de transportkosten enorm, omdat er alleen platen worden vervoerd, geen buizen.

Jak is nog niet overtuigd, omdat de productie van algen ‘heel nauw luistert’. Hij juicht het wel toe dat ‘iemand gewoon begint’. ‘Algaelink is het enige bedrijf ter wereld dat nu al commercieel haalbare bioreactoren zegt te leveren. ‘Binnen één jaar heeft de koper zijn installatie eruit’, belooft Van der Ven. Overigens leert hij van zijn klanten dat algen nu het meest opbrengen in de cosmetica- en voedingsmiddelenindustrie. ‘Biodiesel uit algen volgt pas wanneer de andere toepassingen op zijn’, denkt hij.

Er wordt wereldwijd jacht gemaakt op het groene goud. Een korte zoektocht leert dat Israël en de Verenigde Staten voor lopen. Seambiotic en Cequista zijn actief in Israel. AL-G-BAMA, PetroSun, Solix, Greenstar en Greenfuel vertegenwoordigen de Verenigde Staten. Oil Fox uit Argentinië en Aquaflow Bionomic uit Nieuw Zeeland pogen zich ook een plek te verwerven. Overal zijn ondernemingen aan het pionieren. Miljoenen euro’s aan durfkapitaal wordt gestoken in algenkwekerijen.

Greenfuel heeft een testinstallatie gebouwd bij de Big Cajun II kolencentrale van 1500 megawatt van het energiebedrijf NRG in Louisiana. In Israel bouwde Seambiotic voor 2 miljoen dollar een testreactor bij een kolencentrale in Ashkelon.

Wereldwijd de grootste algenopdracht werd vergeven in Zuid-Afrika door het diamanten- en mijnbouwconcern De Beers. Het Amerikaanse bedrijf Greenstar bouwt voor 12 miljoen dollar 90 biodieselreactoren voor algen die geplaatst worden bij De Beers-dochters. Elke reactor moet daar straks jaarlijks 45 miljoen liter biodiesel maken uit de waterplantjes. De totale productiecapaciteit zou jaarlijks 4 miljard liter per jaar zijn, wanneer alle reactoren draaien op volle capaciteit.

Over dit megaproject zijn veel waarnemers sceptisch. Er zijn nog geen resultaten. Topman Frik de Beer, van De Beers Fuel Limited, heeft wel gemeld dat de eerste resultaten ‘alle verwachtingen overtreffen’.

In Nederland is er Algaelink van Hans van de Ven. De zoektocht naar de ideale alg laat hij over aan universiteiten. ‘Er zijn via genetische modificatie al gele algen gekweekt in plaats van groene. Dan kan licht verder doordringen in de reactoren. Ook zijn er algen die CO2 om kunnen zetten in waterstof’, meldt zijn verkoopdirecteur Rob van der Zaag.

Van de Ven richt zich op zijn installatie. Met zijn eigen geld is de inwoner van het Belgische Brasschaat begonnen met zijn zoon Marco en dochter Chantal. Bij Algaelink en zusterbedrijf Bioking werken nu 30 man. Bioking levert biodieselinstallaties die in een container passen. De omzet van Bioking en Algaelink bedraagt ‘enkele tientallen miljoenen euro’s’.

De reacties op de Nederlandse bioreactor overtreffen alle verwachtingen. Over een week krijgt Van de Ven een delegatie uit Californië op bezoek. De ambtenaren van Gouverneur Schwartzenegger bieden een stuk woestijn aan van 10 bij 10 kilometer als testterrein. De Chinese contacten willen de bioreactor ook verkopen in China. ‘Ze willen een omzet van 500 miljoen dollar, binnen een jaar’, verzucht Van de Ven.

Copyright: de Volkskrant





Algen van de boer

9 11 2007

Algen van de boer

de Volkskrant, Wetenschap, 23 november 2002 (pagina W5)
Door Bart Dirks

Varkenshouders met een wierenkwekerij kunnen hun mest verwerken tot veevoer. Ook mensen zouden er goed aan doen vaker wieren te eten.

Algen en wieren zijn in buitenbaden en meren meestal een even vervelende als hardnekkige plaag. Maar in een aantal merkwaardig ogende bassins in de buurt van Lochem in de Achterhoek kan het water niet groen genoeg zijn. De wieren die hier groeien, zijn voor uiteenlopende zaken geschikt: als veevoer, als ingrediënt voor cosmetica en als voedingssupplement in bijvoorbeeld pasta’s, babyvoeding, soep of vruchtendranken. ‘Oude volkeren schepten al blauw-groene wieren uit de buitenwateren’, weet ing. Robert Baard, die ooit zijn brood verdiende met het bestrijden van wieren en algen. Nu is hij directeur van het Arnhemse biotech-bedrijfje AquaCultura dat wieren kweekt. ‘De Azteken droogden het en maakten er een soort cake van. Het bevat veel eiwitten, koolhydraten, vitaminen en vetzuren. Algen vormen een compleet voedingspakket.’

Vooralsnog worden de algen die Aquacultura produceert alleen verwerkt tot veevoer. Voor varkenshouders, die doorgaans grote moeite hebben om van hun mest af te raken, lijkt een eigen wierenkwekerij het ei van Columbus.

Het principe is eenvoudig. Graaf een bassin, bestaande uit naast elkaar liggende sloten van 25 centimeter diep. Bekleed ze met witte plastic folie. Kweek vervolgens de gewenste algensoort en voer de algen met de mineraalrijke varkensmest.

Het gaat om de natte fractie van de mest - 90 procent van het totaal. De overige 10 procent, de dikke fractie, wordt gecomposteerd en door de boeren over het land uitgereden.

Een schoepenrad stuwt het groene water door de algenkwekerij. De golfslag is van levensbelang voor de microscopisch kleine plantjes. Zo worden ze geregeld aan het zonlicht blootgesteld, maar ook weer niet te lang waardoor ze ‘oververhit’ zouden raken. Een bijkomstigheid is dat de wieren enorm veel zuurstof produceren - één hectare met algen maakt twintig keer zoveel zuurstof aan als een hectare bos.

In Barchem (gemeente Lochem) zijn zo vijf bassins met schoepenrad gegraven, samen 1,2 hectare groot. Acht varkenshouders leveren er jaarlijks drieduizend kubieke meter mest af, en krijgen er 18 duizend kilo algen voor terug. Ze worden toegevoegd aan het drinkwater van de varkens, die het smaakje volgens de boeren kunnen waarderen. Als veevoer voor 4 tot 5 procent met deze algen word verrijkt, heeft dat volgens Baard al een positieve werking op de vitaliteit en vruchtbaarheid van de dieren. Ook zou de uitstoot van ammoniak afnemen.

AquaCultura hoopt dat de komende vijf tot tien jaar tweehonderd varkenshouders een algensloot maken. Aanleg van het bassin met schoepenrad kost zo’n 250 duizend euro. Met AquaCultura sluiten ze een servicecontract af. Het bedrijf analyseert met meet- en regelapparatuur monsters van het water, de algen en het eindproduct.

Het kan leiden tot een forse kostenbesparing, rekent Baard voor. ‘Normaal gesproken betalen boeren tot 18 euro per kuub om van hun overtollige mest af te komen. Met een wierenkwekerij hebben ze geen mestafzetcontracten meer nodig en zijn ze voor tien euro per kuub klaar.’

Een wierenkwekerij opzetten lijkt eenvoudig, maar de weg ernaartoe was lastig. Midden jaren negentig dacht het bedrijf Algaetec uit Giessen ook een werkende algensloot te hebben ontwikkeld, maar op een proeflocatie in Woerden bleef de gedroomde doorbraak toch uit.

‘Ze hadden problemen met het oogsten en met de kwaliteit’, aldus Baard. ‘Je moet je voorstellen dat er 30 duizend algensoorten bestaan, die in grootte variëren van 0,3 tot 10 micrometer. Maar je wilt slechts één specifieke soort produceren. Dat kun je onder andere beïnvloeden door de snelheid van het schoepenrad en de vorm en diepte van de bassins. Het luistert heel nauw.’

Ook de goedkeuring om de algen tot veevoer te verwerken, liet op zich wachten. Wat gebeurt er met reststoffen die in de mest zitten, zoals antibiotica, virussen of bacteriën? Het Productschap Diervoeder durfde er geen oordeel over te geven, en verwees naar Brussel. Daar werd het fiat verleend. Wel blijft het vaak moeilijk plaatselijk een vergunning te krijgen - één gemeente eist zelfs midden in het weiland een vangrail rond de bassins.

Ondertussen kijkt AquaCultura verder dan de agrarische sector. Het bedrijf wil van feed naar food - van veevoer naar voedingsmiddelen voor menselijke consumptie. Wieren lijken interessant voor neutraceuticals - voedingsmiddelen die de gezondheid bevorderen. Sinds de jaren vijftig wordt daarom het blauw-groene wier Spirulina maxima gecultiveerd, een soort die gedijt in tropische en subtropische gebieden, zoals Hawaii. Deze spirulina zit onder meer in sportdrankjes.

In Europa kweekt AquaCultura naar eigen zeggen als eerste wieren voor menselijke consumptie. Dat gebeurt in de afgelopen week geopende wierenkwekerij in Heure (gemeente Borculo). Deze wieren krijgen geen dierlijke mest, maar een speciaal samengesteld groeimedium, een soort kunstmest dus.

Toestemming krijgen om deze algen als voedingssupplement aan pasta’s of babyoeding te mogen toevoegen, is niet het grootste probleem. Een echte commerciële doorbraak moet komen van een officiële erkenning van de gezondheidsclaims.

Prof. dr. John de Vries, emeritus hoogleraar toxicologie aan de Open Universiteit in Heerlen, bevestigt die meerwaarde. ‘Olievetzuren in vis en algen zijn van cruciaal belang voor het optimaal functioneren van het centraal zenuwstelsel, voor hart en bloedvaten en voor het afweersysteem’, benadrukt hij. ‘Niet voor niets krijgen te vroeg geboren baby’s extra visolievetzuren toegediend, zodat hun centraal zenuwstelsel zich verder ontwikkelt.’

Jarenlang pleitte De Vries vergeefs bij de Gezondheidsraad voor de erkenning van visolievetzuren in vis en algen. ‘De raad heeft helaas heel lang de boot afgehouden. Men kon het niet eens worden over de veiligheid van deze visolievetzuren. Maar élke stof is toxisch, het hangt alleen af van de dosering.

‘Het interessante is juist dat de olievetzuren uit algen een perfect tegenwicht bieden tegen het teveel aan linolzuur dat we binnen krijgen uit plantaardige oliën en vetten.’ Juist om die reden wordt inmiddels aanbevolen minstens een keer per week vis te eten. ‘Maar in plaats van vis zou men ook visolievetzuren als zodanig kunnen innemen’, aldus De Vries. ‘Tal van voedingsmiddelen kunnen ermee worden verijkt. Bovendien kunnen algen en wieren ook plantaardige oliën vervangen.’

AquaCultura heeft daarom al contacten met ondernemingen als Nutreco, DSM en Numico, aldus directeur Robert Baard. ‘Met Unilever gaan we laboratoriumtests doen met onze wieren uit Heure: hoe gedragen ze zich als ze een tijd in een koeling liggen, of na verhitting? Ik denk dat we een grote markt aanboren. Natuurlijk moeten we dan eerst een behoorlijke productie uit wieren hebben, voordat een gigant als Unilever er iets mee zou kunnen doen.’

Copyright: de Volkskrant





‘Boeing wil in de toekomst op algenbrandstof vliegen’

9 11 2007

SEATTLE - Vliegtuigbouwer Boeing gaat zich zeer nadrukkelijk toeleggen op innovaties die moeten leiden tot minder geluidsoverlast en minder uitstoot van C02. De vliegtuigbouwer zoekt tevens naar alternatieven voor de traditionele brandstoffen. De Amerikaanse onderneming meent in de vorm van algen een tweede generatie biobrandstof te hebben gevonden.

Als alles volgens planning loopt begint Boeing in 2009 met de eerste proeven met de algenbrandstof. Virgin Atlantic en Air New Zealand gaan samen met Boeing de eerste brandstofproeven ondernemen. Een woordvoerder van Boeing meldt desgevraagd tegenover Luchtvaartnieuws.nl dat er na het bekend maken van het nieuws zich meer maatschappijen hebben gemeld.

De eerste test met deze brandstof worden uitgevoerd met een 747-400, waarbij drie motoren op traditionele fossiele brandstof vliegen en één motor op algen. Uiteindelijk moeten de motoren op zowel de ‘oude’ als de nieuwe brandstof kunnen vliegen.

Meer nadruk op milieubesparing
Voor de productie van de algen zal geen schade worden aangericht aan de natuur, noch zullen er middelen worden gebruikt die mensen nodig hebben voor hun dagelijkse bestaan. In Amerika heeft oliemaatschappij Chevron zich bereid verklaard mee te werken naar onderzoek van tweede generatie alternatieve brandstoffen. Het bedrijf is niet bang zichzelf in de vingers te snijden door minder traditionele brandstof af te zetten.

De reductie van geluid en CO2 van vliegtuigen zijn binnen Boeing gebombardeerd tot strategisch zeer belangrijk items, evenals het invoeren van ISO 14001 werkmethoden binnen het vliegtuig productieproces. Daarnaast toont de vliegtuigbouwer zich voor het eerst nadrukkelijk voorstander van het recyclen van vliegtuigonderdelen tot componenten voor de bouw van nieuwe vliegtuigen. Boeing heeft hiervoor de Aircraft Fleet Recycling Association (AFRA) opgericht. Door toestellen te recyclen hoeven ze niet langer na gebruik in de woestijn geparkeerd te worden.

uit: www.luchtvaartnieuws.nl