Koninklijke Prins & Dingemanse tekent samenwerkingsovereenkomst met algenkweker

29 11 2007

Nieuwsberichten

De onderneming die zich binnen Koninklijke Prins & Dingemanse bezig houdt met de ontwikkeling en opzet van aquacultuur op land, Prins & Dingemanse Aquacultuur B.V., heeft vorige maand een samenwerkingsovereenkomst getekend met Aquaphyto uit Zeewolde.

Dhr. Baard van Aquaphyto en Dhr. Prins van Koninklijke Prins & Dingemanse

Aquaphyto is een innovatieve onderneming welke gespecialiseerd is in de ontwikkeling en innovatie van de kweek van algen voor onder andere aquacultuur. Samen zullen de twee bedrijven streven naar een concept voor het kweken van schaal- en schelpdieren op land.

Algen zijn de belangrijkste voedselbron om schaal- en schelpdieren in een controleerbare omgeving op te kunnen kweken. Prins & Dingemanse Aquacultuur B.V. probeert in samenwerking met meerdere andere partijen binnen enkele jaren een compleet kweekconcept van schaal- en schelpdieren op het land te hebben ontwikkeld. Hiervoor bezit het onder andere over een 12 hectare groot gebied met aanvoer van vers Oosterschelde water op het industrieterrein Olzendepolder in de gemeente Reimerswaal.

Door middel van aquacultuur op land kan, naar de overtuiging van Prins & Dingemanse Aquacultuur B.V., beter invulling gegeven worden aan de huidige en toekomstige wensen van de markt, namelijk de vraag naar kwalitatief goede mosselen, continuïteit van de aanvoer hiervan en de eis van een duurzaam kweekproces.

Vooralsnog is dit vooral een aanvulling op de bestaande kweekmethoden in open water. Al kan gedacht worden aan de integratie van bepaalde kweekfases op land (aquacultuur) met de kweek in open water of aan het omgekeerde.

Koninklijke Prins & Dingemanse ziet de huidige, reeds lang bestaande cultuur van oesters en mosselen als basis voor de verdere door ontwikkeling van Yerseke als belangrijk Europees distributiecentrum van schaal- en schelpdieren. Hierbij zullen nieuwe kweekmethoden in de toekomst een steeds grotere rol gaan spelen.




mei 2007: Een ton voor baanbrekende productiemethode biodiesel uit algen

29 11 2007

Tijdens het jaarlijkse B-Basic symposium op 11 mei is de Leo-Petrus-Innovation-Trophy
uitgereikt aan Wouter van Winden (TU Delft) en Leo Vleugels (DSM). Het duo kreeg de
prijs voor een baanbrekende productiemethode om biodiesel uit algen te maken. De
nieuwe manier van produceren brengt de economische haalbaarheid van biodiesel veel
dichterbij. Aan de prijs is een bedrag van honderdduizend euro gekoppeld voor
stimulering van het verdere onderzoek.
De winnaars ontvingen de cheque uit handen van Michiel Petrus, de zoon van de vorig jaar overleden Leo Petrus. Leo Petrus was Chief Scientist bij Shell en vertegenwoordigde Shell in de programmacommissie van B-Basic. Vorig jaar zou hij als lid van het Innovation Panel de winnaar van de Innovation Trophy 2006 bekendmaken. Onderweg naar de uitreiking werd hij onwel. Hij overleed later.
Binnen en buiten Shell werd Leo Petrus gezien als drijvende kracht, enthousiast onderzoeker en promotor van vloeibare biobrandstoffen. Hij leidde op dit terrein een onderzoeksgroep op het Shell Research and Technology Centre in Amsterdam. De programmacommissie van B-Basic heeft besloten haar innovatie-stimuleringsprijs vanaf dit jaar naar hem te vernoemen.
Product én proces duurzaam De jury, bestaande uit vertegenwoordigers van Akzo Nobel, Shell en DSM, was vol lof over het winnende idee. Als een van de redenen waarom ze dit voorstel boven de andere inzendingen heeft verkozen, is dat zowel het product als het proces duurzaam zijn. Een ander pluspunt is dat op een verrassende manier expertises uit verschillende hoeken met elkaar gecombineerd zijn. B-Basic heeft de Innovation Trophy ingesteld om de onderzoekers binnen B-Basic extra te stimuleren om met baanbrekende, op toepassing in de industrie gerichte ideeën te komen. Dit gebeurt door het inbrengen van een wedstrijdelement en een forse financiële beloning. Het geld, honderdduizend euro,
is bestemd voor vervolgonderzoek om het idee te laten landen in de industrie. De prijs wordt sinds 2006 jaarlijks uitgereikt.

B-Basic
B-Basic (www.b-basic.nl) staat voor Bio-BAsed Sustainable Industrial Chemistry, en richt zich op de io-gebaseerde, duurzame, industriële chemie van de toekomst. Binnen het programma wordt onderzoek gedaan naar de productie van bulk- en fijnchemicaliën, farmaceutische producten en volledig nieuwe materialen. De industriële biotechnologie gebruikt hernieuwbare grondstoffen, zoals landbouwproducten en hun residuen. Hierbij worden micro-organismen en enzymen als katalysator gebruikt in productieprocessen.
B-Basic wordt uitgevoerd en medegefinancierd door een Nederlands consortium dat opereert onder verantwoordelijkheid van ACTS. Dat is het NWO-platform voor publiekprivate samenwerking in duurzaam chemisch onderzoek. Het Ministerie van Economische zaken is de belangrijkste stakeholder in ACTS. In B-Basic werken de universiteiten van Delft, Leiden, Wageningen en Groningen samen met de instituten TNO en AFSG en de bedrijven DSM, Akzo Nobel, Organon, Shell en Paques.




Senter Novem/ Shell Voeren een pilot uit bij Zeewolde.

29 11 2007

7. Aquatische biomassa voor hoogwaardige toepassingen

Platform Groene Grondstoffen heeft als doel om in 2030 30% van de grondstoffen in de totale Nederlandse energievoorziening te hebben vervangen door groene grondstoffen. Micro-wieren (‘Aquatische biomassa’) kunnen worden omgezet in biodiesel. Senter Novem/ Shell Voeren een pilot uit bij Zeewolde.

Innovatief: nieuwe alternatieve en duurzame energiebron
Risico’s: haalbaarheid grootschalige toepassing
Initiatief: Aquaphyto
Team: Shell, Senter Novem
Status: Techniek in ontwikkeling
Ondersteunende rol RWS: nader te bepalen zodra rijkswateren in beeld zijn.




Bonaire gaat volledig over op duurzame energie

27 11 2007

KRALENDIJK - Bonaire gaat als eerste Caribische eiland volledig over op duurzame energie. EcoPower Bonaire gaat een wind- biodieselsysteem op het eiland bouwen.
Het consortium heeft dinsdag hiertoe een contract getekend met het Water & Energiebedrijf Bonaire. Dat heeft Evelop, grootaandeelhouder van EcoPower Bonaire, bekendgemaakt.

Systeem

Het systeem bestaat uit dertien windturbines en een biodieselfabriek. De verwachting is dat het totale project in het tweede kwartaal van 2009 is afgerond. Het hele eiland krijgt door dit systeem van elektriciteit.

De nieuwe biodieselfabriek gebruikt in beginsel nog fossiele diesel, maar de eerste experimenten worden momenteel uitgevoerd met biodiesel uit algen. De verwachting is dat de fabriek na twee tot drie jaar over zal gaan op biobrandstof.




Prins en Dingemanse gaat boer op met mossel

27 11 2007

Dinsdag 27 november 2007 - YERSEKE - Nu lopen er nog schapen, maar over een tijdje worden schelpdieren gekweekt op twee stukken weiland in de Olzendepolder in Yerseke. Schelpdierbedrijf Prins en Dingemanse heeft de grond aangekocht voor de aanleg van een ‘aquacultuurpark’.

Aquacultuur, ofwel ‘natte landbouw’, is bezig aan een opmars. “Er is dit jaar wereldwijd voor het eerst meer vis en schaal- en schelpdieren afkomstig vanuit aquacultuur dan vanuit de zee”, weet De Vos. “We hebben hoge verwachtingen van dit project, daarom investeren we veel. Dat moet ook wel, want Nederland behoort al lang niet meer tot de top drie van schelpdierproducerende landen.”

Eén van de investeringen is de aankoop van een proefgebied in de Olzendepolder, dat in totaal twaalf hectare beslaat. Het is nog wachten op de vergunningverlening voordat daadwerkelijk met de kweek kan worden begonnen.

Het is de bedoeling dat het concept op basis van contractteelt wordt overgenomen door agrariërs. In eerste instantie in Zeeland, maar op den duur in heel Nederland. Zover is het nog niet. De Vos: “Niet alle gemeenten staan even positief tegenover aquacultuur. Reimerswaal werkt heel erg mee, maar op Walcheren is men wellicht minder happig. Bovendien kun je als boer niet zomaar van de ene op de andere dag mossels gaan kweken. Daar is kennis voor nodig.”

Prins en Dingemanse werkt daarom samen met De Zeeuwse Tong, een project van de Universiteit Wageningen dat ook voorziet in educatie. Er wordt ook gekeken naar gecombineerde teelt van tong, zagers en schelpdieren. Bovendien is inmiddels een samenwerking aangegaan met algenkweker Aquaphyto uit Zeewolde.

Algen zijn de belangrijkste voedselbron om schaal- en schelpdieren te kweken in een controleerbare omgeving. Die controleerbare omgeving, land dus, is dé mogelijkheid om de gewenste jaarronde kwaliteit te kunnen bieden, zegt De Vos. “Als visser heb je te maken met de grilligheid van de natuur. Op land kun je een heleboel verstorende factoren uitsluiten.”





Is de nieuwe diesel gemaakt van algen?

24 11 2007

Wetenschappers, overheidsorganen en bedrijven over de hele wereld zijn op zoek naar die nieuwe brandstof die de wereld vrijwaart van onze verslaving aan olie. Na soja-diesel, waterstof en bietenbenzine steekt ook algendiesel de kop weer op. De alg lijkt een goedkoper en gemakkelijker alternatief als bijvoorbeeld soja en waterstof. Maar helemaal duidelijk is dat nog niet.

Eerste bedrijf

Het NieuwZeelandse bedrijf Aquaflow Bionomic Corporation is er naar eigen zeggen als eerste bedrijf ter wereld in geslaagd een hoeveelheid biodiesel uit algen te produceren zonder gebruik te maken van een laboratorium waarin alle factoren beheersbaar zijn. De algen worden gewonnen uit een rioolzuiveringsbekken.
Het bedrijf spreekt van een doorbraak die naar eigen zeggen het begin kan betekenen van een nieuw tijdperk van duurzame energie. “De potentiële markt voor dit product is vrijwel grenzeloos in de ‘olieverslindende’ omstandigheden waarin wij leven. De wereldwijde behoefte aan biodiesel bedraagt inmiddels miljarden liters per jaar.”

Simpele organismen

Algen zijn simpele organismen die via fotosynthese zonlicht en kooldioxide omzetten in opgeslagen energie. Ze bevatten olie in lipide-vorm. Die olie wordt eruit gehaald en vermengd met ethanol zodat biodiesel ontstaat, een geschikte brandstof voor dieselmotoren in auto’s, vrachtwagens, bussen en andere voertuigen.

Meer olie dan soja

Schattingen melden dat er 4 miljoen hectare kweekgrond nodig is om zoveel algen-diesel te produceren dat alle auto’s in de VS erop kunnen rijden. Algen groeien in gewoon in water en kunnen veel meer olie per hectare produceren dan bijvoorbeeld sojabonen, waarvan ook brandstof wordt gemaakt. Schattingen melden dat er 4 miljoen hectare kweekgrond nodig is om zoveel algen-diesel te produceren dat alle auto’s in de VS erop kunnen rijden (530 miljard liter). Dat is een fractie van de 1,2 miljard hectare boerenland die nodig is om dezelfde plas biodiesel uit sojabonen te winnen. “Ik denk dat al onze huidige diesels gemakkelijk kunnen vervangen door algendiesel, en misschien wel veel meer dan dat,” zegt Kathe Andrews-Cramer, van Sandia National Laboratories in Technology Review.

Geschikt voor huidige diesel

Een van de grootste voordelen van algendiesel is dat het gebruikt kan worden in de huidige dieselauto’s. Dit in tegenstelling tot andere alternatieve brandstoffen, zoals waterstof. Voertuigen op deze nieuwe brandstof moeten volledig worden aangepast. En dan praten we voor het gemak maar even niet over de benzinepompen langs de weg. Geen enkel bedrijf is bereid te investeren in waterstofpompen als er bijna geen auto’s op waterstof rondrijden. En geen enkele consument koopt een waterstof aangedreven auto, als hij er nergens brandstof voor kan tanken.
Bio- of algendiesel heeft geen last van deze kip-ei-situatie. Dieselrijders kunnen zonder enige vorm van aanpassing direct overschakelen op algendiesel.

Open vijvers

Zo is inmiddels duidelijk geworden dat algen die op een uithongeringsdieet worden gezet, veel meer olie produceren (tot wel zestig procent van hun eigen gewicht) dan verzadigde exemplaren

Zo is inmiddels duidelijk geworden dat algen die op een uithongeringsdieet worden gezet, veel meer olie produceren (tot wel zestig procent van hun eigen gewicht) dan verzadigde exemplaren

Amerika is ook al jaren druk met de ontwikkeling van algen-diesels. Het Amerikaanse ministerie voor Energiezaken bestudeert al sinds 1978 algensoorten met een hoog oliegehalte. Het onderzoek richt zich op het kweken van algen in grote, ondiepe zout water-vijvers, die worden aangelegd in desolate woestijngebieden als Sonora Desert, Arizona.
De methode van de zogeheten ‘open vijvers’ heeft zijn beperkingen. Hoewel deze vijvers goedkoper in onderhoud zijn dan de gesloten ‘fotobioreactoren’, worden ze gehinderd door fluctuaties in de temperatuur, een hoge verdampingsfactor en het binnendringen van algensoorten met een laag oliegehalte. Dit leidt tot een substantieel mindere opbrengst.
Dus zijn onderzoekers op zoek naar manieren om de gesloten systemen rendabeler te maken. “Op dit moment is de cruciale factor die biodiesel commercieel haalbaar kan maken, de ontwikkeling van fotobioreactoren die een hoge opbrengst kunnen realiseren en toch zó goedkoop kunnen worden gebouwd dat het neerkomt op een redelijke investering”, zegt Michael Briggs van de Universiteit van New Hampshire in Ode. “Door verbeteringen aan de productietechnieken en de opzet van een geïntegreerd systeem dat de algenkweek koppelt aan andere processen, kunnen we het rendement van de investeringen opschroeven.”

Zelf algendiesel maken?

Neem een vijver, en voeg daar honderd kilo algen aan toe. Laat de algen groeien tot ze vol zitten met olie, en pers dan de olie uit de vetgemeste algen. Maak intussen een grote hoeveelheid alcohol door fijngemalen suikerriet te vergisten. Meng vervolgens één deel olie met drie delen alcohol. Laat het geheel een halve dag staan, en kook het tenslotte een half uurtje op een zacht vuur.
Het resultaat is een schone, CO2-neutrale biodiesel.

Uithongeringsdieet

Eric Jarvis, onderzoeker bij het National Renewable Energy Labaratory (NREL), was tot 1996 ook actief met onderzoek en ontwikkeling van algendiesel. Toen de prijs van olie daalde, verdween de noodzaak. Algendiesel zou veel duurder zijn om te produceren dan diesel uit aardolie. Nu het milieu de drijvende factor achter de ontwikkeling lijkt te worden, verwacht Jarvis het onderzoek snel weer te kunnen oppakken.
Biotech-vindingen kunnen hem helpen een vliegende start te maken. Nieuwe gen-technologieen maken het gemakkelijker te begrijpen hoe het mechanisme van algolie-productie precies in zijn werk gaat. Zo is inmiddels duidelijk geworden dat algen die op een uithongeringsdieet worden gezet, veel meer olie produceren (tot wel zestig procent van hun eigen gewicht) dan verzadigde exemplaren. Tegelijkertijd planten de uitgehongerde exemplaren zich niet of nauwelijks voort. “De uitdaging zit ‘m erin”, zegt Jarvis, “het beste uit beide werelden te halen. Veel olieproductie en veel reproductie. Alleen op die manier krijgen we een product met een prijs die kan concurreren met de bestaande olie.”




Wat bezielt een energieleverancier om zich te verdiepen in wieren of algen?

24 11 2007

Pieter Buijs, Chief Techology Offi cer van DELTA, werpt licht op dit mysterie. In de toekomst kunnen algen een veelbelovende bijdrage leveren aan de productie van duurzame energie. De bedoeling is om na succesvolle pilot-projecten massaal algen te kweken om als biomassa te verbranden in centrales. Zover is het nog lang niet. Maar het kan er wel van komen,” egt Buijs uit. “Want algen zijn eigenlijk niets anders dan opgeslagen zonne-energie. Olie, olen en gas zijn uiteindelijk ook opgeslagen zonne-energie, maar an uit een ver ver leden. Bij olie uit e zee is de link met de algen zelfs heel direct. Door enorme druk en eeuwen aan tijd zijn de afgestorven algen uit de zee omgezet in olie.” algen en wieren bestaan er in oneindig veel soorten en maten, werkelijk een caleidoscopische chaos van levensvormen. Meestal groeien ze in zout water, verder zijn er enorme verschillen. De grootte kan bijvoor beeld variëren van eencellige micro-algen van 3 mm tot meer cellige kelpen met een lengte van wel 70 meter.

Het bijstoken van algen als biomassa es nog omgeven door veel vragen. Het zout vormt een probleem omdat dit tijdens het verbrandingsproces zoutzuur vormt; niet best voor het milieu en voor de slijtage van de centrale. Wellicht is vergisten een idee om de energie om te zetten? Vragen die nog beantwoordt dienen te worden. Maar in de tussentijd zijn algen toch al bruikbaar. Buijs: “Algen hebben de prettige gewoonte om CO2 op te nemen. Hoe meer algen je kweekt, hoe meer CO2 je uit de lucht haalt. Dat is een leuk bijverschijnsel van de kweek van dit product, dat nu al dient als voer voor bijvoorbeeld mosselen of voor zagers die op hun beurt weer als visvoer gebruikt worden. Andere toepassingen zijn bijvoorbeeld verwerking in cosmetica en in voedingssupplementen. Een andere
‘tussenstap’ is biodiesel. DELTA is mede-eigenaar van een biodieselfabriek, zo wordt de bemoeienis met algen dus al heel wat begrijpelijker. Gebruik als biodiesel levert een CO2 neutrale brandstof op!


Veelbelovend is ook de productie van Omega-3 vetzuren uit algen. Nu worden deze uit vis gewonnen,
zoals vroeger levertraan. Eigenlijk is dat een enorme omweg aangezien de vis deze ‘gezonde vetten’ ook aanmaakt uit algen. Voor een liter visolie is ongeveer 10 kg vis nodig. Visvangst is een erg energieverslindende activiteit. Op alle fronten ideeën werkt er wellicht één. De rest lijkt fl auwekul, maar dat weet je pas als je het uitgeprobeerd hebt.
We zitten ook met algenkweek nog steeds in de idee-fase. Er zijn nog heel veel vragen. Waar kun je in ons overvolle land bijvoorbeeld nog ondiepe vijvers bouwen? Of worden het drijvende vijvers in één van de zeearmen? Conclusie: nog heel wat “Een caleidoscopische chaos van levensvormen.”
mobiliteit levert natuurlijk CO2 op, maar deze wordt geneutraliseerd door de opname van de CO2 die tijdens de kweek heeft plaats gevonden. In Japan, waar algen van oudsher meer ingeburgerd zijn, wordt deze methode al toegepast. Bovendien blijkt de biodiesel opbrengst per hectare wel zes keer hoger uit te vallen dan de opbrengst uit koolzaad.” zou dus energiewinst geboekt worden als deze olie rechtstreeks uit de algen gewonnen zou worden.

ZEKER NIET ZOMAAR EEN IDEE
Hoe tastbaar is dit nu allemaal? Buijs: “Dit is zeker niet zomaar een idee. Maar om te weten of het een
succes wordt moet je nu eenmaal de praktijk in. Van de tien innovatieve stappen te nemen. De laboratoriumfase, een pilot-project, een constructiefase met een prototype, de vraagstelling of het echt rendabel is en daarna misschien opschaling. We werken voor dit idee al wel samen met een veelvoud aan partners: hogescholen, universiteiten en een tweetal gerenommeerde onderzoeksinstituten.”




Duurzame winning omega 3 vetzuren uit algen

24 11 2007
                                       
           

 

Eerst dachten ze algen als visvoer voor aquaculturen af te zetten. Nu toont ook de ‘pharma’ interesse. Iets preciezer: de voedingssupplementenindustrie of ‘natural health care’, een enorme en groeiende markt in Canada en de Verenigde Staten. Want algen bevatten omega 3 vetzuren die eerst door plankton en later door vis worden opgegeten. En dat heeft weer een groot milieuvoordeel: per ton gevangen vis komt meer dan vijf ton Co2 vrij terwijl de productie van algen CO2 neutraal is. Lgem, de handelspoot van Technogrow, maakt haar biomassainstallatie op tuindersbedrijf van Job van den Burg uit Made (Br.) vier keer zo groot.

Van den Burg is een jaar of zeven gegrepen door algen, zonder meer een van de grootste lagere plantensoorten op aarde. Uit algen vallen op duurzame wijze omega 3 vetzuren te winnen. Nu grijpt men daarvoor altijd naar visolie. Maar vetzuren van plantaardige oorsprong hebben een sterk voordeel: in plaats van CO2 te gebruiken –kotters gebruiken immers grote hoeveelheden stookolie – leggen algen twee kilo CO2 per kilo algen vast.

LGem en Technogrow, gesteund door de sectie proceskunde van Wageningen Universiteit, hebben over belangstelling niet te klagen. Via de UKR – de Unieke Kansen Regeling – kregen ze vorig jaar subsidie om de commerciële kansen van algen voor visvoer en –olie aan te tonen. Nu een Canadees handelsbedrijf voor meerdere jaren honderd kilo droge stof algen per maand afneemt, kan gezegd worden dat dat gelukt is. Ook wonnen ze de derde prijs van de Herman Wijffels Innovatieprijs, groot zo’n 25.000 euro, waarmee ze wereldwijde marketing van deze algen verder willen optuigen.

In principe is het proces eigenlijk heel simpel: kweek mariene algen met zout water, zonlicht en voedingssubstraten waarin ook CO2 zit. Zeg maar net zoals tomatenteelt in het Westland. Per hectare levert dat tien keer zoveel droge stof als de teelt van aardappelen op. In natte vorm kunnen die algen als visvoer voor zoutwatervissen dienen. Gedroogd is het waarschijnlijk nog interessanter. “Vooralsnog zijn wij de enige ter wereld die hoge concentraties omege 3 vetzuren van constante kwaliteit kunnen leveren”, zegt Eugène Roebroeck van LGem. “Daar is duidelijk een accute vraag naar, zo blijkt uit het feit dat de Canadezen de hele wereld naar ons product hebben afgestruind. Vooral de ‘natural health’ sector heeft belangstelling. Deze vetzuren zijn immers van plantaardige oorsprong.”

De komende jaren kan LGem op het terrein van het Brabantse tuindersbedrijf de teelt van potplanten (zoals ficus) vervangen door algen voor visolie en visvoer. “Tot het jaar 2010 hebben we voldoende ruimte. De pilotinstallatie is nu naar een commerciële installatie van 600 m2 opgeschaald. En de eerste batch van honderd kilo droge alg komt al voor Sinterklaas vrij”, zegt Roebroeck in dat mooie Brabantse accent. Hij verwacht elk jaar een verdubbeling van de opbrengst.




Biomassa maakt armen rijker

24 11 2007

De wereldbevolking blijft doorgroeien maar er komt nauwelijks nieuwe landbouwgrond bij. Moeten we de beschikbare grond benutten voor voedsel of brandstof? Laten we arme mensen honger lijden, terwijl wij onze auto’s vullen met biodiesel? Prof. Johan Sanders, hoogleraar aan de landbouwuniversiteit van Wageningen, denkt dat de honger in ontwikkelingslanden te verhelpen is en dat de auto’s kunnen blijven rijden, op biobrandstoffen.

 

 

Algen

Mochten we landbouwgrond tekort komen, dan kunnen we ook algen op zee gaan telen Uit deze algen kun je producten halen voor voedsel, biodiesel, chemie en elektra. Net als bij planten op het land, kunnen algen zonlicht binden en moleculen maken. olieplatformWaar we aan denken is het maken van grote worsten van doorzichtig plastic die zo sterk zijn dat ze bestand zijn tegen de golven en kunnen profiteren van het zonlicht. In die worsten groeien de algen en die produceren bruikbare stoffen. Aan het einde van de worst staat, bijvoorbeeld op een olieplatform, een fabriek die er de olie en andere producten uit haalt. De worsten moeten zo groot worden dat ze over duizenden hectaren hun werk kunnen gaan doen. Dus leg ze bij voorkeur niet in de scheepvaart-route naar Rotterdam.’




James Lovelock gaat de planeet redden

24 11 2007

Van onze verslaggever

AMSTERDAM - De Britse chemicus en uitvinder James Lovelock (8 8) heeft een plan om de aarde zelf het broeikaseffect te lijf te laten gaan. Hij wil daartoe pijpen diep in de oceaan steken, waardoor een cyclus op gang komt waarmee CO2 wordt vastgelegd in algen.

 

afbeelding

Vergroting

James Lovelock

In Nature van deze week schrijft hij daarover een briefje, samen met Chris Rapley van het Science Museum in Londen. Lovelock is bedenker van de Gaia-hypothese, de (omstreden) idee dat natuurlijke terugkoppelingen de biosfeer van de planeet stabiliseren.

Lovelock stelt in Nature dat zelfs vergaande emissiereductie van CO2 onvoldoende zoden aan de dijk zet om vergaande opwarming tegen te gaan. Eerder waarschuwde hij in zijn boek The Revenge of Gaia dat de opwarming gemakkelijk onomkeerbaar kan blijken. Hij pleitte daar ook voor inzet van kernenergie. Rapley was voor dat boek een van Lovelocks adviseurs.

Nu wil hij inzetten op vermeende zelfhelende vermogens van de planeet en de biosfeer. Technologie moet Moeder Aarde helpen. Daartoe wil Lovelock 10 meter dikke pijpen honderden meters in de oceaan steken. Daardoor wordt voedselrijk water opgepompt dat aan het oppervlak algen tot bloei brengt. Zo wordt massaal CO2 vastgelegd, denkt Lovelock.

Als energiebron voor het pompen stelt Lovelock golfenergie voor, die op zee ruimschoots voorhanden is. Alleen technische of economische problemen kunnen uitvoering in de weg staan, schrijft hij in Nature. Hij heeft de van oorsprong Belgische ondernemer Armand Neukermans, tegenwoordig Amerikaan, om een haalbaarheidsstudie gevraagd.




Algenboer zet CO2 om in voedsel

24 11 2007

 

Voedingssupplementen, visvoer, biodiesel: algen zijn veelzijdig. Ze worden nu op commerciële schaal geteeld door een Nederlands bedrijf. Wat vanuit de verte lijkt op een ijsbaan met sneeuwranden, blijkt van dichtbij een langgerekte vijver met randen van witte folie. Ooit graasden hier koeien, maar nu groeien er algen.

Het waren groene, eencellige plantjes die lang geleden de aarde leefbaar maakten door CO2 om te zetten in zuurstof. Ingrepro BV in Borculo (Gld) probeert als eerste commercieel bedrijf in Europa dat kunstje te herhalen en CO2 om te zetten in voedsel en biodiesel. De vers geoogste algen lijken een beetje op fijngehakte wilde spinazie en zo smaken ze ook. De vijf medewerkers van het bedrijf oogsten en verwerken ze tot poeders, pasta’s en halffabrikaten voor de productie van vis- en veevoer, plantenvoeding, cosmetica en voedingssupplementen. Met 7000 vierkante meter vijveroppervlak (binnenkort 13.000) is de productie nog bescheiden, maar de ambities zijn groot. Ambities die worden gevoed door de bijzondere eigenschappen van de gekweekte algensoort, Chlorella.

Populair

Algenrad
© Foto WERRY CRONE

De geoogste algen worden verwerkt tot een ‘groene vla’.Ontdekt in 1890 door de Nederlandse microbioloog Beyerinck staat de alg Chlorella bekend om zijn hoge productiviteit. Met dertig tot veertig ton droge stof per hectare is de opbrengst hoger dan van welk landbouwgewas ook. Bovendien bevat het plantje veel eiwitten, vrijwel het hele alfabet aan vitaminen, sporenelementen en circa veertig procent olie. Met gezonde omega-3 vetzuren. Chlorella is dan ook zeer populair in het alternatieve voedingscircuit.

Biodiesel

Algen lenen zich echter voor meer dan alleen gezonde voeding. Ze bieden een cascade aan mogelijke toepassingen, uiteenlopend van grondstof voor medicijnen tot biobrandstof. Ingrepro begint binnenkort met de productie van biodiesel uit algen. Nog niet in Nederland, maar in Azië en Zuid-Amerika. Een hectare groene algen zet, afhankelijk van de soort, jaarlijks ruim honderd ton CO2 om in vijftien tot twintig ton biodiesel. Ter vergelijking: koolzaad levert twee a drie ton olie per hectare. En algenteelt legt minder beslag op landbouwgrond.

Gedroogde chlorella
Chllorella in poedervorm

Visvoer

Ir. Carel Callenbach, directeur van Ingrepro: “De teelt van algen voor biodiesel kan alleen maar uit als je de andere stoffen in algen tot waarde weten te brengen.” De afgelopen twee jaar is daar hard aan gewerkt. Ingrepro produceert ingrediënten voor honden- en paardenvoer op basis van algen. Ook werd een schimmelwerend middel voor golfbanen ontwikkeld. Algen blijken ook zeer geschikt als visvoer. Callenbach: “Naarmate de oceanen leger worden, wordt het kweken van vis belangrijker. Nu wordt vooral vismeel gebruikt, maar met algen kan het ook. We leveren bijvoorbeeld algenpoeder aan kwekers van zeebaars en zeebrasem in Griekenland.”

Geen veevoer

Voor varkens en kippen zouden algen eveneens een prima voedingsbron kunnen zijn. Ware het niet dat de fabrikanten van veevoer er nog niet aan willen. Callenbach: “Het merkwaardige feit doet zich voor dat algen zonder bezwaar door mensen gegeten kunnen worden, maar dat ze niet gebruikt mogen worden in veevoer. Louter en alleen omdat ze niet worden genoemd in de lijst met toegestane ingrediënten.”




Eon voedt algen met CO2 uit centrale

22 11 2007

Eon Hanse (Duitsland) bouwt een productiefaciliteit voor micro-algen bij een centrale in Hamburg. Het gaat om een proefproject, volgens Eon en de gemeente Hamburg het eerste in zijn soort in heel Europa. De algen peuzelen een deel van de CO2 op uit de rookgassen van de centrale en kunnen dienen als biomassa.
Het project kost € 2,2 mln, waarvan de gemeente Hamburg € 500.000 voor zijn rekening neemt. Er worden 800 tot 1.000 bioreactoren voor algen gebouwd vlakbij de aardgasopslag Reitbrook van Eon Hanse, een dochteronderneming van Eon, die vooral in Noord-Duitsland actief is. De aardgasopslag wordt van elektriciteit en warmte voorzien door een kleine centrale. Van de totale CO2-uitstoot van 1.200 ton moet straks 400 à 450 ton als algenvoedsel gaan dienen.
De algen kunnen op hun beurt gebruikt worden als biomassa. Het grote voordeel van algen op bijvoorbeeld koolzaadolie of energiemaïs is dat algen veel sneller groeien. Tot wel twintig of dertig keer zo snel, stelt Eon Hanse. Algen hebben verreweg de grootste opbrengst per hectare, zei ook duurzame energieconsultant Michiel Jak recent in de Volkskrant. Algen kunnen volgens hem 100.000 liter olie per hectare opleveren, vijftien keer meer dan palmolie en honderd keer meer dan koolzaad of zonnebloemen. De algen zouden in biodiesel verwerkt kunnen worden of tot biogas. Maar ze zijn ook te benutten in de chemische of farmaceutische industrie. Het idee om ze te benutten in de energiesector is niet nieuw. In Amerika heeft het bedrijf Greenfuel samen met energiebedrijf NRG al een proefproject lopen bij een 1.489 MW kolencentrale in Louisiana. Ook hier is het de bedoeling dat de algen een deel van de CO2 van de centrale absorberen.

In Nederland is er voor zover bekend nog geen algenproject uitgevoerd, al zijn er wel ideeën. Zo schreef de Waddenvereniging een prijsvraag uit voor een nuttig gebruik van de restwarmte van de nieuwe kolencentrales van Nuon en RWE in de Eemshaven en de winnaar daarvan was DHV, dat opperde om in het opgewarmde koelwater algen te kweken. Hoe warmer het water, hoe sneller de algen groeien. Met ditzelfde principe werkt de garnalenkwekerij Happy Shrimp Farm op de Maasvlakte in Rotterdam. Die neemt restwarmte af van de kolencentrale van Eon.
Eon Hanse denkt binnen twee jaar de eerste resultaten van de proef te kunnen presenteren. ‘Ik ben benieuwd wat die kleine dingen werkelijk kunnen presteren’, aldus Eon Hanse-baas Hans-Jakob Tiessen. Het is de bedoeling dat de technologie binnen vijf jaar economisch gezien aantrekkelijk wordt.

Bron:
VARA’s Vroege Vogels 6 november 2007




Zoeken naar het groene algengoud

9 11 2007

Zoeken naar het groene algengoud

de Volkskrant, Economie, 29 oktober 2007 (pagina 06)
Van onze verslaggever Ferry Haan

Overal schieten algeninstallaties uit de grond.

Nederlands Algaelink levert eerste bioreactoren.

 

 

(foto)

De Algaelink bioreactor in Zeeland. Hij levert 2 kilo algen per dag.

 

 

Misdadige biobrandstof Het omzetten van voedselgewassen in biobrandstof is een misdaad tegen de menselijkheid. Er ontstaat voedselschaarste die de voedselprijzen omhoog stuwt, waardoor miljoenen arme mensen honger moeten lijden. Dat zei Jean Ziegler vorige week. Hij is sinds 2000 de onafhankelijk expert van de Verenigde Naties over het recht op voedsel.

De prijs van tarwe is in een jaar tijd verdubbeld, die van maïs zelfs verviervoudigd. Brazilië en de Verenigde Staten zijn marktleider bij het produceren van biobrandstof. Maar om 50 liter bio-ethanol te produceren is volgens Ziegler 232 kilogram maïs nodig. Dat is weer genoeg om een kind in bijvoorbeeld Zambia of Mexico een jaar te voeden.

Ziegler pleit voor een vijf jaar durend moratorium op de productie van biobrandstof, om een dreigende ramp voor arme mensen af te wenden. Het wetenschappelijk onderzoek maakt grote vorderingen en over vijf jaar moet het mogelijk zijn rendabel biobrandstof te maken uit landbouwafval, aldus Ziegler. De brandstof komt dan niet meer uit de maïskolf, maar uit de maïsplant.

Wetenschappers van het Franse energieadviesbureau Altran werken aan de derde generatie biobrandstof. Deze moet uit plastic-afval te maken zijn. ‘Wanneer afval omgezet kan worden in brandstof, is de cirkel helemaal rond’, stelt Michiel Jak van Altran.

 

 

‘S GRAVENPOLDER Vijverbezitters vervloeken ze. Aquariumeigenaren schaffen speciale krabbertjes of visjes aan om van ze af te komen. Wanneer ze in zwemwater opduiken kan een zomerdag ineens gevaarlijk worden. Algen zijn, kortom, niet altijd even geliefd. Dat kan echter snel veranderen. Algen worden al het ‘groene goud’ genoemd, omdat ze de toekomstige leveranciers zouden zijn van bio-brandstof. De minuscule waterplantjes zijn immers de snelst groeiende vegetatie op aarde, aldus het Zeelandse bedrijf Algaelink. Het bedrijf is net begonnen met het wereldwijd leveren van photo-bioreactoren om de waterplantjes te kweken.

De voordelen van algen boven andere gewassen, zijn op het eerste gezicht indrukwekkend. Het groene spul wordt zeer beperkt in voedsel gebruikt en dus drijft de productie van algen de prijs van voedsel niet op.

Ook gaat de productie niet ten koste van tropisch regenwoud, zoals dat bij palmolie het geval is. In Nederland ontstond een rel toen bleek dat het energiebedrijf Essent palmolie bij stookte als biomassa om groene stroom te produceren.

‘Er zijn algen die voor 70 procent uit vet bestaan. Dat vet moet je hebben om diesel te kunnen maken’, stelt Michiel Jak, consultant duurzame energie van adviesbureau Altran. Hij ziet grote kansen voor algen, zo vertelde hij deze zomer op een Rotterdams congres. Volgens Jak beloven algen van alle gewassen verreweg de grootste opbrengst per hectare. Algen kunnen 100 duizend liter olie per hectare produceren. Dat is 15 keer meer dan een hectare palmen aan palmolie oplevert. Een hectare koolzaad of zonnebloemen levert honderd keer minder op.

Er zijn meer gelovers in de toekomst van algen. Algen groeien niet alleen snel en produceren olie, ze nemen in het groeiproces ook nog eens grote hoeveelheden CO2 op.

Het Israëlische bedrijf Cequesta voorziet daarom enorme algenkwekerijen rond grote energiecentrales. Volgens het bedrijf kan veel zo niet alle CO2-productie van kolencentrales straks worden opgegeten door de kleine plantjes.

Onder de algenkwekers zijn twee stromingen. De een gelooft in het kweken van algen in grote open vijvers. De andere kweekt in gesloten dichte photo-bioreactoren. Cequesta zet in op de gesloten buizen. De Israëlische concurrent Seambiotic heeft juist een aantal grote open vijvers gebouwd rond een kolencentrale.

Volgens Michiel Jak hebben de open vijvers geen toekomst. Ze zijn weliswaar goedkoop, maar de algen zijn moeilijk te beheersen. Er treedt snel vervuiling op. Zoals onkruid in een moestuin, dringen ongewenste algen zich op die de productie schaden. ‘Binnen een jaar is het voorbij’, stelt Jak.

Gesloten bioreactoren hebben deze nadelen niet, maar zijn weer duur. Zo duur dat er wetenschappers zijn die denken dat algen nooit rendabel olie kunnen leveren. Op dit moment is een bioreactor zo duur, dat de biodiesel uit algen pas rendabel is bij een fossiele olieprijs die tien keer hoger is dan de huidige, zo heeft adviesbureau Altran berekend.

‘Dat is niet waar’, stelt Hans van de Ven, directeur van Algaelink in Zeeland. Met zijn installatie is biodiesel uit algen te maken voor 15 cent per liter. ‘Dat is bij de huidige olieprijs al concurrerend’, beweert Van de Ven.

Hij heeft zijn installatie de afgelopen week voor het eerst getoond op een beurs in Engeland. In één week heeft hij al 11 proefinstallaties verkocht voor 69 duizend euro per stuk. ‘8 stuks voor Oost-Europa, eentje voor Engeland, eentje naar Peru en een naar China’, meldt Van de Ven. Vooral over de laatste opdracht is hij enthousiast. Hij zwaaide afgelopen weekeind een delegatie Chinezen uit die een installatie hebben besteld die duizend kilo algen per dag produceert. Deze kost 580 duizend euro. ‘Het is een groot Chinees beursgenoteerd houtbedrijf. Ze willen volgend jaar de centrale uitbouwen tot 100 ton algen per dag. Dat is een bioreactor met 15 duizend kilometer pijp’, meldt Van der Ven trots.

Hij heeft vijf jaar nagedacht over zijn bioreactor. Nu hij 5 patenten heeft verkregen, kan hij met de reactor de boer op. Terwijl wereldwijd wetenschappers zoeken naar de optimale installatie en de optimale bijbehorende alg, keek Van de Ven juist de andere kant uit. Hij werkte jarenlang in de olie-industrie in Venezuela en wilde een bioreactor die rendabel te produceren was.

Zijn belangrijkste patent is dan ook een buizenbuiger die de transportkosten verlaagd. ‘Een algenreactor is duur, omdat er vooral pijpen vervoerd worden. Dat is onbetaalbaar wanneer er duizenden kilometers worden aangelegd.’ Met zijn gepatenteerde ‘ritssluitingmachine’ kan Algaelink ter plaatse kunststofplaten buigen tot pijpen. Hierdoor dalen de transportkosten enorm, omdat er alleen platen worden vervoerd, geen buizen.

Jak is nog niet overtuigd, omdat de productie van algen ‘heel nauw luistert’. Hij juicht het wel toe dat ‘iemand gewoon begint’. ‘Algaelink is het enige bedrijf ter wereld dat nu al commercieel haalbare bioreactoren zegt te leveren. ‘Binnen één jaar heeft de koper zijn installatie eruit’, belooft Van der Ven. Overigens leert hij van zijn klanten dat algen nu het meest opbrengen in de cosmetica- en voedingsmiddelenindustrie. ‘Biodiesel uit algen volgt pas wanneer de andere toepassingen op zijn’, denkt hij.

Er wordt wereldwijd jacht gemaakt op het groene goud. Een korte zoektocht leert dat Israël en de Verenigde Staten voor lopen. Seambiotic en Cequista zijn actief in Israel. AL-G-BAMA, PetroSun, Solix, Greenstar en Greenfuel vertegenwoordigen de Verenigde Staten. Oil Fox uit Argentinië en Aquaflow Bionomic uit Nieuw Zeeland pogen zich ook een plek te verwerven. Overal zijn ondernemingen aan het pionieren. Miljoenen euro’s aan durfkapitaal wordt gestoken in algenkwekerijen.

Greenfuel heeft een testinstallatie gebouwd bij de Big Cajun II kolencentrale van 1500 megawatt van het energiebedrijf NRG in Louisiana. In Israel bouwde Seambiotic voor 2 miljoen dollar een testreactor bij een kolencentrale in Ashkelon.

Wereldwijd de grootste algenopdracht werd vergeven in Zuid-Afrika door het diamanten- en mijnbouwconcern De Beers. Het Amerikaanse bedrijf Greenstar bouwt voor 12 miljoen dollar 90 biodieselreactoren voor algen die geplaatst worden bij De Beers-dochters. Elke reactor moet daar straks jaarlijks 45 miljoen liter biodiesel maken uit de waterplantjes. De totale productiecapaciteit zou jaarlijks 4 miljard liter per jaar zijn, wanneer alle reactoren draaien op volle capaciteit.

Over dit megaproject zijn veel waarnemers sceptisch. Er zijn nog geen resultaten. Topman Frik de Beer, van De Beers Fuel Limited, heeft wel gemeld dat de eerste resultaten ‘alle verwachtingen overtreffen’.

In Nederland is er Algaelink van Hans van de Ven. De zoektocht naar de ideale alg laat hij over aan universiteiten. ‘Er zijn via genetische modificatie al gele algen gekweekt in plaats van groene. Dan kan licht verder doordringen in de reactoren. Ook zijn er algen die CO2 om kunnen zetten in waterstof’, meldt zijn verkoopdirecteur Rob van der Zaag.

Van de Ven richt zich op zijn installatie. Met zijn eigen geld is de inwoner van het Belgische Brasschaat begonnen met zijn zoon Marco en dochter Chantal. Bij Algaelink en zusterbedrijf Bioking werken nu 30 man. Bioking levert biodieselinstallaties die in een container passen. De omzet van Bioking en Algaelink bedraagt ‘enkele tientallen miljoenen euro’s’.

De reacties op de Nederlandse bioreactor overtreffen alle verwachtingen. Over een week krijgt Van de Ven een delegatie uit Californië op bezoek. De ambtenaren van Gouverneur Schwartzenegger bieden een stuk woestijn aan van 10 bij 10 kilometer als testterrein. De Chinese contacten willen de bioreactor ook verkopen in China. ‘Ze willen een omzet van 500 miljoen dollar, binnen een jaar’, verzucht Van de Ven.

Copyright: de Volkskrant




Algen van de boer

9 11 2007

Algen van de boer

de Volkskrant, Wetenschap, 23 november 2002 (pagina W5)
Door Bart Dirks

Varkenshouders met een wierenkwekerij kunnen hun mest verwerken tot veevoer. Ook mensen zouden er goed aan doen vaker wieren te eten.

Algen en wieren zijn in buitenbaden en meren meestal een even vervelende als hardnekkige plaag. Maar in een aantal merkwaardig ogende bassins in de buurt van Lochem in de Achterhoek kan het water niet groen genoeg zijn. De wieren die hier groeien, zijn voor uiteenlopende zaken geschikt: als veevoer, als ingrediënt voor cosmetica en als voedingssupplement in bijvoorbeeld pasta’s, babyvoeding, soep of vruchtendranken. ‘Oude volkeren schepten al blauw-groene wieren uit de buitenwateren’, weet ing. Robert Baard, die ooit zijn brood verdiende met het bestrijden van wieren en algen. Nu is hij directeur van het Arnhemse biotech-bedrijfje AquaCultura dat wieren kweekt. ‘De Azteken droogden het en maakten er een soort cake van. Het bevat veel eiwitten, koolhydraten, vitaminen en vetzuren. Algen vormen een compleet voedingspakket.’

Vooralsnog worden de algen die Aquacultura produceert alleen verwerkt tot veevoer. Voor varkenshouders, die doorgaans grote moeite hebben om van hun mest af te raken, lijkt een eigen wierenkwekerij het ei van Columbus.

Het principe is eenvoudig. Graaf een bassin, bestaande uit naast elkaar liggende sloten van 25 centimeter diep. Bekleed ze met witte plastic folie. Kweek vervolgens de gewenste algensoort en voer de algen met de mineraalrijke varkensmest.

Het gaat om de natte fractie van de mest - 90 procent van het totaal. De overige 10 procent, de dikke fractie, wordt gecomposteerd en door de boeren over het land uitgereden.

Een schoepenrad stuwt het groene water door de algenkwekerij. De golfslag is van levensbelang voor de microscopisch kleine plantjes. Zo worden ze geregeld aan het zonlicht blootgesteld, maar ook weer niet te lang waardoor ze ‘oververhit’ zouden raken. Een bijkomstigheid is dat de wieren enorm veel zuurstof produceren - één hectare met algen maakt twintig keer zoveel zuurstof aan als een hectare bos.

In Barchem (gemeente Lochem) zijn zo vijf bassins met schoepenrad gegraven, samen 1,2 hectare groot. Acht varkenshouders leveren er jaarlijks drieduizend kubieke meter mest af, en krijgen er 18 duizend kilo algen voor terug. Ze worden toegevoegd aan het drinkwater van de varkens, die het smaakje volgens de boeren kunnen waarderen. Als veevoer voor 4 tot 5 procent met deze algen word verrijkt, heeft dat volgens Baard al een positieve werking op de vitaliteit en vruchtbaarheid van de dieren. Ook zou de uitstoot van ammoniak afnemen.

AquaCultura hoopt dat de komende vijf tot tien jaar tweehonderd varkenshouders een algensloot maken. Aanleg van het bassin met schoepenrad kost zo’n 250 duizend euro. Met AquaCultura sluiten ze een servicecontract af. Het bedrijf analyseert met meet- en regelapparatuur monsters van het water, de algen en het eindproduct.

Het kan leiden tot een forse kostenbesparing, rekent Baard voor. ‘Normaal gesproken betalen boeren tot 18 euro per kuub om van hun overtollige mest af te komen. Met een wierenkwekerij hebben ze geen mestafzetcontracten meer nodig en zijn ze voor tien euro per kuub klaar.’

Een wierenkwekerij opzetten lijkt eenvoudig, maar de weg ernaartoe was lastig. Midden jaren negentig dacht het bedrijf Algaetec uit Giessen ook een werkende algensloot te hebben ontwikkeld, maar op een proeflocatie in Woerden bleef de gedroomde doorbraak toch uit.

‘Ze hadden problemen met het oogsten en met de kwaliteit’, aldus Baard. ‘Je moet je voorstellen dat er 30 duizend algensoorten bestaan, die in grootte variëren van 0,3 tot 10 micrometer. Maar je wilt slechts één specifieke soort produceren. Dat kun je onder andere beïnvloeden door de snelheid van het schoepenrad en de vorm en diepte van de bassins. Het luistert heel nauw.’

Ook de goedkeuring om de algen tot veevoer te verwerken, liet op zich wachten. Wat gebeurt er met reststoffen die in de mest zitten, zoals antibiotica, virussen of bacteriën? Het Productschap Diervoeder durfde er geen oordeel over te geven, en verwees naar Brussel. Daar werd het fiat verleend. Wel blijft het vaak moeilijk plaatselijk een vergunning te krijgen - één gemeente eist zelfs midden in het weiland een vangrail rond de bassins.

Ondertussen kijkt AquaCultura verder dan de agrarische sector. Het bedrijf wil van feed naar food - van veevoer naar voedingsmiddelen voor menselijke consumptie. Wieren lijken interessant voor neutraceuticals - voedingsmiddelen die de gezondheid bevorderen. Sinds de jaren vijftig wordt daarom het blauw-groene wier Spirulina maxima gecultiveerd, een soort die gedijt in tropische en subtropische gebieden, zoals Hawaii. Deze spirulina zit onder meer in sportdrankjes.

In Europa kweekt AquaCultura naar eigen zeggen als eerste wieren voor menselijke consumptie. Dat gebeurt in de afgelopen week geopende wierenkwekerij in Heure (gemeente Borculo). Deze wieren krijgen geen dierlijke mest, maar een speciaal samengesteld groeimedium, een soort kunstmest dus.

Toestemming krijgen om deze algen als voedingssupplement aan pasta’s of babyoeding te mogen toevoegen, is niet het grootste probleem. Een echte commerciële doorbraak moet komen van een officiële erkenning van de gezondheidsclaims.

Prof. dr. John de Vries, emeritus hoogleraar toxicologie aan de Open Universiteit in Heerlen, bevestigt die meerwaarde. ‘Olievetzuren in vis en algen zijn van cruciaal belang voor het optimaal functioneren van het centraal zenuwstelsel, voor hart en bloedvaten en voor het afweersysteem’, benadrukt hij. ‘Niet voor niets krijgen te vroeg geboren baby’s extra visolievetzuren toegediend, zodat hun centraal zenuwstelsel zich verder ontwikkelt.’

Jarenlang pleitte De Vries vergeefs bij de Gezondheidsraad voor de erkenning van visolievetzuren in vis en algen. ‘De raad heeft helaas heel lang de boot afgehouden. Men kon het niet eens worden over de veiligheid van deze visolievetzuren. Maar élke stof is toxisch, het hangt alleen af van de dosering.

‘Het interessante is juist dat de olievetzuren uit algen een perfect tegenwicht bieden tegen het teveel aan linolzuur dat we binnen krijgen uit plantaardige oliën en vetten.’ Juist om die reden wordt inmiddels aanbevolen minstens een keer per week vis te eten. ‘Maar in plaats van vis zou men ook visolievetzuren als zodanig kunnen innemen’, aldus De Vries. ‘Tal van voedingsmiddelen kunnen ermee worden verijkt. Bovendien kunnen algen en wieren ook plantaardige oliën vervangen.’

AquaCultura heeft daarom al contacten met ondernemingen als Nutreco, DSM en Numico, aldus directeur Robert Baard. ‘Met Unilever gaan we laboratoriumtests doen met onze wieren uit Heure: hoe gedragen ze zich als ze een tijd in een koeling liggen, of na verhitting? Ik denk dat we een grote markt aanboren. Natuurlijk moeten we dan eerst een behoorlijke productie uit wieren hebben, voordat een gigant als Unilever er iets mee zou kunnen doen.’

Copyright: de Volkskrant




‘Boeing wil in de toekomst op algenbrandstof vliegen’

9 11 2007

SEATTLE - Vliegtuigbouwer Boeing gaat zich zeer nadrukkelijk toeleggen op innovaties die moeten leiden tot minder geluidsoverlast en minder uitstoot van C02. De vliegtuigbouwer zoekt tevens naar alternatieven voor de traditionele brandstoffen. De Amerikaanse onderneming meent in de vorm van algen een tweede generatie biobrandstof te hebben gevonden.

Als alles volgens planning loopt begint Boeing in 2009 met de eerste proeven met de algenbrandstof. Virgin Atlantic en Air New Zealand gaan samen met Boeing de eerste brandstofproeven ondernemen. Een woordvoerder van Boeing meldt desgevraagd tegenover Luchtvaartnieuws.nl dat er na het bekend maken van het nieuws zich meer maatschappijen hebben gemeld.

De eerste test met deze brandstof worden uitgevoerd met een 747-400, waarbij drie motoren op traditionele fossiele brandstof vliegen en één motor op algen. Uiteindelijk moeten de motoren op zowel de ‘oude’ als de nieuwe brandstof kunnen vliegen.

Meer nadruk op milieubesparing
Voor de productie van de algen zal geen schade worden aangericht aan de natuur, noch zullen er middelen worden gebruikt die mensen nodig hebben voor hun dagelijkse bestaan. In Amerika heeft oliemaatschappij Chevron zich bereid verklaard mee te werken naar onderzoek van tweede generatie alternatieve brandstoffen. Het bedrijf is niet bang zichzelf in de vingers te snijden door minder traditionele brandstof af te zetten.

De reductie van geluid en CO2 van vliegtuigen zijn binnen Boeing gebombardeerd tot strategisch zeer belangrijk items, evenals het invoeren van ISO 14001 werkmethoden binnen het vliegtuig productieproces. Daarnaast toont de vliegtuigbouwer zich voor het eerst nadrukkelijk voorstander van het recyclen van vliegtuigonderdelen tot componenten voor de bouw van nieuwe vliegtuigen. Boeing heeft hiervoor de Aircraft Fleet Recycling Association (AFRA) opgericht. Door toestellen te recyclen hoeven ze niet langer na gebruik in de woestijn geparkeerd te worden.

uit: www.luchtvaartnieuws.nl